Technopolis Feiten deel 6: Mythes en feiten over wind energie.

Er zijn veel misvattingen omtrent windenergie die keer op keer de kop op steken. Waarom deze mythes zo hardnekkig zijn is niet duidelijk maar in dit bericht proberen we aan te tonen wat wel, en wat niet waar is met betrekking tot windturbines.

  • Mythe 1: Een windturbine kost meer energie om te produceren dan dat die oplevert. Niets is minder waar. De grondige exergie analyse van Koroneos et al. (2003) toont aan dat een windturbine zijn ‘energetische break-even point’ al na 6 maanden bereikt is. Na een levensduur van 20 jaar levert een windturbine dus 40 keer de energie die nodig was voor zijn productie.

  • Mythe 2: De productie van windturbines stoot meer CO2 uit dan dat de turbine in zijn volledige levensduur bespaart. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt er gemiddeld 580 ton CO2 uitstoot bespaart per miljoen opgewekte kWh aan wind energie in Nederland. Berekeningen gepubliceerd in oktober 2013 door de International Energy Agency (IEA) laten zien dat een typisch windpark van 33 turbines van 3MW zijn ‘CO2 break-even point’ bereikt na 7 weken.

  • Mythe 3: Windturbines zorgen voor hoge vogelsterfte. Windenergie zorgt voor slechts 0.007% van de vogelsterfte door mens gerelateerde activiteiten, in verhouding tot 75% door katten en 9% door hoogspanningsleidingen en gebouwen. Dit blijkt uit een studie die plaats heeft gevonden door Environment Canada. Vogelbescherming Nederland is van mening dat gebieden die geen Natura2000 gebied zijn, windturbines geplaatst kunnen worden, mits er geen belangrijke negatieve effecten op vogelpopulaties te verwachten zijn. De locatie waar Windpark Technopolis geplaatst zal worden behoort niet tot de Natura2000 gebieden.

  • Feit: Windenergie is niet financieel haalbaar zonder subsidies. Zonder de ondersteuning van subsidies is de bouw van een windpark op dit moment nog niet financieel haalbaar. Daarentegen is wind op land in Nederland de duurzame energiebron die de minste financiële ondersteuning nodig heeft. Dit valt te concluderen uit het eindadvies basisbedragen SDE+ in 2014 gepubliceerd door ECN en DNV Kema. Ten grondslag hiervan liggen de verkapte subsidies op fossiele energie in de vorm van prijsregulering, vrijstellingen van accijnzen, of leningen met lage rentes wat de energieprijs kunstmatig laag houdt.